10 vragen en antwoorden over de Holland Outlet Mall

Aan de hand van 10 vragen en antwoorden heeft de fractie van GroenLinks Zoetermeer haar standpunt over de Holland Outlet Mall bepaald. 

Tien antwoorden van GroenLinks op vragen over de Holland Outlet Mall

1.
Vraag:        Wat heeft het onderzoek van een half miljoen euro opgeleverd?
Antwoord:    Eigenlijk niets, er zitten teveel slecht onderbouwde aannames in.

Het college heeft een half miljoen euro uitgegeven aan wat het onafhankelijk onderzoek noemt. Het onderzoek is een opeenstapeling van aannames, waaruit de conclusies getrokken worden dat er met de komst van de HOM jaarlijks 7 miljoen bezoekers naar Zoetermeer komen, die ook nog eens heel veel geld gaan uitgeven in het stadshart. Bezoekers die 700 arbeidsplaatsen op gaan leveren, zonder dat dit enig effect op de doorstroming van het verkeer in de stad zal hebben. 
Het onderzoek mist elke onderbouwing en bevat ook geen verwijzingen naar de bronnen op grond waarvan de aannames gemotiveerd kunnen worden. Dat geeft geen vertrouwen. Inmiddels zijn er veel inhoudelijke reacties verschenen die de conclusies van het rapport afzwakken of zelfs logenstraffen. Wie er gelijk heeft kan niet gezegd worden. Het rapport van de gemeente had moeten staan als een huis, inclusief meerdere scenario’s die de onzekerheden van al die aannames in beeld kunnen brengen.
Hieronder staan nog wat meer vragen en antwoorden ter overweging. Dat toont aan dat je op dezelfde manier ook andere resultaten had kunnen opschrijven.  Wij doen dit op basis van de vele gesprekken die we gevoerd hebben en de rapporten die we over dit onderwerp gelezen hebben. Wij hebben geen half miljoen euro tot onze beschikking om al onze beweringen netjes te onderbouwen, maar wij dagen iedereen uit om deze beweringen zelf te weerleggen.
Onze conclusie is dat als er na het spenderen van een half miljoen euro aan dit onderzoek, nog zoveel onzekerheid bestaat over wat de investering werkelijk gaat opleveren, we als gemeente niet met zo’n plan verder moeten gaan. Dit plan is als een suikerspin, het lijkt heel wat, maar zodra er een beetje water bijkomt, blijft er niets van over en blijf je met de kleverige troep zitten. Laat die onbekende investeerder, maar met een uitgewerkt plan komen. 

2.
Vraag:         Houdt het besluit van de gemeenteraad wel rekening met tegenvallers?
Antwoord:     Het besluit houdt helemaal geen rekening met tegenvallers 

Het voorspellen van effecten van een investering van deze omvang is erg moeilijk. Het oorspronkelijke raadsvoorstel lijkt er op geen enkele wijze rekening mee te houden, dat de voorspellingen ook kunnen tegenvallen.
Om een zorgvuldig besluit te kunnen nemen, had de raad ook een beeld van de risico’s van het project moeten krijgen. En niet alleen de risico’s voor de gemeente, maar ook voor de inwoners en de winkeliers in de stad. Er is alleen oog voor de positieve gevolgen. Eventuele negatieve gevolgen, worden als oplosbaar gekwalificeerd, of weggestreept tegen de voordelen.
Bij zo’n ingrijpend plan moet je zo nauwkeurig mogelijk in beeld hebben waar je tegen tegenvallers kunt oplopen en moet je afspreken wie de risico’s moeten dragen als je toch besluit door te gaan. Dat is hier niet gebeurd. 

3.
Vraag:         Er komen 700 nieuwe banen. Dat scheelt de gemeente toch veel geld?
Antwoord:     De banen die erbij komen zijn geen nieuwe banen, maar banen die verloren zullen gaan in andere regio’s. Het Rijk zal bij afname van het aantal mensen in de bijstand ook minder geld naar Zoetermeer overmaken.

Laten we aannemen dat het onderzoek klopt. Volgens het onderzoek zouden er 700 nieuwe banen bijkomen. Maar uit het onderzoek volgt ook dat die 700 nieuwe banen, te danken zijn aan omzet, die anders op een reisafstand van meer dan 30 minuten gerealiseerd zou worden. Dan praat je dus over afstanden net ten zuiden van  de Maas, en net voorbij Leiden. De mensen, die daar leven en werken in dezelfde branche krijgen dus wel degelijk met de effecten van de HOM te maken. Dit plan creëert geen nieuwe banen, maar exporteert werkeloosheid. Sommigen zullen dat prima vinden, maar GroenLinks Zoetermeer vindt dat het exporteren van onze werkeloosheid niets oplost. We leven in een samenleving, waar enorm veel mensen dagelijks tientallen kilometers reizen om bij hun werk te komen, niet in een markt van concurrerende gemeentes en regio’s. Wij moeten ook over de grenzen van onze stad en regio heen kijken. Die andere regio’s zullen op hun beurt niet op hun handen blijven zitten, maar zelf proberen de verloren omzet goed te maken. Uit de rapporten blijkt juist dat die andere regio’s inderdaad niet stil zitten, maar bij de schatting van die 700 banen is helemaal geen rekening gehouden met de komst van een outlet in Haarlem en de uitbreiding van de outlet van Roosendaal. 
Tijdens het debat in de commissie werd ook vaak beweerd, dat minder mensen in de bijstand, de stad minder geld zou kosten. Dat is ten dele waar, dit geldt alleen in het geval dat de stad meer uitgeeft aan bijstandsgerechtigden dan de stad van het Rijk voor deze uitkeringen krijgt. Minder bijstandsgerechtigden, betekent dus minder geld van het Rijk. Het effect van die 700 banen op deze uitgaven van de gemeente, is daarom zeer beperkt.

4.
Vraag:        Volgens het verkeersrapport kunnen de effecten van het toegenomen verkeer toch opgelost worden?
Antwoord:     Het verkeersonderzoek is verre van volledig en is ongeschikt om dit besluit te kunnen nemen.

Als  het onderzoek klopt dan moet het centrum van Zoetermeer 7 miljoen nieuwe bezoekers per jaar gaan verwerken. Het onderzoek is erg optimistisch waar het gaat om het oplossen van verkeersproblemen.  Zelfs als de noodzakelijke doorstroming met verkeerstechnische maatregelen gewaarborgd zou kunnen worden, ziet het plan één ding over het hoofd. Met meer verkeersbewegingen is er meer kans op verkeersongevallen, en de kans dat de binnenstad dan regelmatig vastloopt is enorm. Uit gesprekken met onze GroenLinks collega uit Roermond volgt dat we vrijwel elke weekeinde en op feestdagen met een enorme toestroom van verkeer te maken kunnen gaan krijgen. Op de Oost-West-as van de stad is bij een incident geen goede alternatieve route beschikbaar. Iedereen ten Noorden van de A12 zal daarom effecten gaan ondervinden van de komst van de HOM. Of deze aanvaardbaar zijn valt niet te zeggen, want dat staat niet in de rapporten.
Onduidelijk is verder wat dit gaat betekenen voor de mensen die wonen boven het Woonhart en de mensen die in de wijken rondom het Woonhart wonen. Deze omwonenden vrezen met name de onbereikbaarheid van hun woningen en ook de invloed van luchtvervuiling en lawaai op hun woongenot en misschien wel waardedaling van hun woning. Wat die normen betreft, vindt GroenLinks dat in alle scenario’s de blootstelling zou moeten dalen. Dus zelfs als de norm niet wordt overschreden zou er geen sprake mogen zijn van het opvullen van de norm. We weten immers dat de normen die gehanteerd worden, de gezondheid van de inwoners niet volledig beschermen.
Alles hangt dus af van de vraag of de modellen voldoende nauwkeurige verkeersprognoses kunnen geven, maar ook of de gebruikte aannames in de verschillende modellen wel kloppen. De enige manier om dit goed uit te zoeken is om met een dynamische model de effecten op de hele stad en de aanvoerroutes door te rekenen. En daarbij niet alleen het gemiddelde beeld, maar juist ook de bijzondere situaties als de frequentie en effecten van incidenten en topdrukte mee te nemen en uitgebreid te onderzoeken.

5.
Vraag:         Er zouden toch positieve effecten op de winkelomzetten in het stadshart zijn?
Antwoord:     Volgens de rapporten zullen winkels, die vergelijkbare producten verkopen het moeilijk krijgen of de winkel moeten sluiten. Er wordt ook  aangenomen dat de huidige bezoekers van het stadshart, gewoon zullen blijven komen. Dat is helemaal niet zeker, omdat het aanbod in het stadshart zelf, drastisch zal moeten veranderen.

Volgens de rapporten zullen de winkeliers in het stadshart en de Dorpsstraat die een zaak in de kledingbranche hebben, negatieve omzeteffecten ondervinden van de komst van de HOM. Ook als er gestreefd wordt naar de zogenoemde complementariteit van het aanbod. Dat wil zeggen in de HOM mogen geen producten verkocht worden, die ook in het stadshart of Dorpstraat in de verkoop zijn. Echter hebben die winkeliers er niets aan dat de trui die in de HOM gekocht wordt van een ander merk is dan de trui die in het stadshart wordt aangeboden. Bovendien Is het uitermate lastig om die complementariteit te handhaven.
Er wordt ook hoog opgegeven van het zogenaamde combinatiebezoek, maar de eigenaar van de nieuwe trui, zal er echt geen tweede trui bijkopen. De winkeliers die deze producten verkopen, zullen zich moeten aanpassen, of hun winkel sluiten. In het laatste geval gaat dit zeker ten koste van de baan van de medewerkers van deze winkeliers.
De huidige winkeliers van het Woonhart hebben volgens het plan gewoon pech gehad. Zij zullen de winkel moeten sluiten en moeten verhuizen naar een andere lokatie, of er maar helemaal mee gaan stoppen. Over compensatie en/of planschade voor deze ondernemers wordt nog met geen woord gerept. Vaak wordt gesteld dat het Woonhart een mislukking is. Dat verbaast ons enorm. Er wordt gewoon geld verdiend in het Woonhart. Geen enkel woonboulevard heeft te maken met enorme bezoekersstromen en de relatieve stilte in het Woonhart kan en mag je niet vergelijken met een gewoon stadscentrum.  Alleen woonwinkels zoals IKEA kunnen zich van dat imago onttrekken, omdat zulke bedrijven veel meer verkopen dan alleen meubels. 
Ook zegt het onderzoek niets over de effecten op het stadshart als aantrekkelijke winkelhart met een regionaal verzorgingsgebied. Het is ook mogelijk dat het stadshart, juist vanwege de toegenomen drukte door dagjesmensen die Zoetermeer bezoeken, vermeden gaat worden door de huidige klanten. De Mall of the Netherlands die zeker in Leidschendam komt, wordt nu als een bedreiging voor het stadshart van Zoetermeer gepresenteerd, waarvoor de HOM zou moeten komen om die bedreiging het hoofd te bieden. De bezwaren die in Zoetermeer voor de komst van de HOM gelden, gelden evengoed voor Leidschenhage. De toegenomen drukte aldaar kan dus ook een gunstige uitwerking krijgen op het huidige Zoetermeer zonder HOM. Het goed bereikbare, relatief rustige stadshart van Zoetermeer, met een compleet winkelaanbod, zou zich in dat scenario prima kunnen handhaven, maar de komst van de HOM is in dat scenario dan geen zegen, maar een doodsteek voor Zoetermeer.
Met het nemen van het principebesluit heeft de gemeenteraad zonder dat ze zich dat voldoende gerealiseerd heeft, ook nog eens voor een investeringsstop door winkeliers in het huidige stadshart gekozen. Zolang onduidelijk is wat er precies met de HOM gaat gebeuren, zullen deze ondernemers minder geneigd zijn om risicodragende investeringen te doen.
Dat samen zal niet alleen effecten op de kledingbranche maar kan ook effecten op andere detailhandel veroorzaken.

6.
Vraag:         Als de HOM niet zo’n succes wordt als gehoopt, dan is dat toch niet erg?
Antwoord:     In dat geval zijn er nog veel teveel negatieve effecten, die we niet moeten willen.

Er is van meerdere kanten veel kritiek gekomen op de gunstige prognoses van de HOM voor Zoetermeer. De kans is dus aanwezig dat de HOM geen succes wordt en dat het aantal nieuwe volledige arbeidsplaatsen zal tegenvallen. De effecten op de winkeliers van het Woonhart en de winkeliers, die in dezelfde branche zitten, zullen er zeker wel zijn. Alleen de effecten van het verkeer zullen meevallen. Wat echt problematisch kan worden, is dat er gewoon te weinig in de HOM verdiend wordt om deze investering terug te verdienen. De vraag is wat er dan moet gebeuren? Moet de HOM meer ruimte geboden worden om het hoofd te bieden aan de concurrenten, of laten we de HOM en het stadshart samen doodbloeden? 
Als de ontwikkelingen met de HOM tegenvallen, staat het gemeentebestuur voor de extra opgave, om daar ook een oplossing voor te bedenken. Voor toeristische initiatieven als deze zie je dan  altijd en overal dat het dan meer en groter moet worden, om de klanten te blijven trekken en de werkgelegenheid te behouden. De lasten zijn dan uiteindelijk altijd voor de samenleving.

7.
Vraag:         Wat zijn de financiële risico’s voor de gemeente?
Antwoord:    Zulke plannen pakken altijd duurder uit, dan aanvankelijk wordt gedacht.

Het is de intentie van het  gemeentebestuur dat de kosten die de gemeente moet maken door de investeerders opgebracht moeten worden. Daarmee zal het plan de belastingbetaler zogenaamd geen cent kosten. Zulke besluiten worden met regelmaat in Zoetermeer genomen, maar de praktijk is weerbarstiger. Bovendien is nog zoveel onzeker dat je niet kunt stellen dat de investeerders alle kosten zullen gaan dragen. Als de eisen die de gemeente stelt te groot worden, zal er hoe dan ook door de gemeente water in de wijn gedaan gaan moeten worden. Dat begint nu al, door te stellen dat verkeersmaatregelen “toch al genomen hadden moeten worden”.
Door de komst van de HOM haalt de gemeente meer lasten dan lusten binnen. De HOM zal een belangrijk deel van de ontwikkelruimte voor andere initiatieven gaan innemen. Dat wil zeggen dat er veel minder mogelijkheden voor andere en meer diverse ontwikkelingen in het stadshart komen, omdat het beslag dat de HOM legt op de infrastructuur van de stad zo groot is, dat er eigenlijk niets meer bijkan. Om die andere ontwikkelingen toch mogelijk te maken zal de gemeente de knelpunten zelf moeten oplossen, dat kan je niet meer verhalen op de HOM.

8.
Vraag:         De ondernemers in de stad kunnen toch gewoon de concurrentie aangaan? 
Antwoord:     De gemeente verstoort juist de markt door mee te werken aan dit plan.

Door het besluit te nemen om de HOM te bouwen, is het niet alleen maar toestaan van meer vierkante meters winkeloppervlak, waar winkeliers een winkel kunnen beginnen en onder dezelfde voorwaarden daar de concurrentie met collega’s aangaan. Het is het toestaan van een compleet verschillende wijze van handel drijven, waarbij merkproducten tegen sterke gereduceerde prijs, zonder tussenkomst van de detaillist, rechtstreeks vanaf de fabriek, aangeboden worden. De kracht van het concept is vooral dat de aanwezigheid van meerdere merken onder één dak in combinatie met lagere prijzen dan normaal, een veel grotere aantrekkingskracht op de klant heeft dan een individuele winkel van zo’n merk ooit zou kunnen hebben. De concurrentie tussen de merken, wordt niet wezenlijk groter, omdat die concurrentie via de gebruikelijke verkoopkanalen er ook al is. Zelfs als de producten tegen minder dan de kostprijs, worden verkocht, leidt dit tot een voordeel voor de merken, door merkbinding en het afstoten van onverkochte voorraden. Als gewone winkel kan je niet tegen zo’n samenwerkingsverband van uitverkoopfilialen van merken op. Misschien is er niet sprake van ongeoorloofde prijsafspraken tussen de merken, er lijkt hier wel sprake te zijn van kortingsafspraken tussen de merken, die de gemeente, door dwingend voor te schrijven dat er alleen  Outletproducten verkocht mogen worden, ook nog eens actief stimuleert.

9.
Vraag:         Er is toch nog niets definitief beslist, waarom stemt GroenLinks niet onder voorwaarden in?
Antwoord:    Door onder voorwaarden in te stemmen wordt een principebesluit genomen, die de gemeente veel geld gaat kosten. Er is geen garantie dat aan de voorwaarden voldaan kan worden.

Tijdens de onderhandelingen zullen zeker voorwaarden sneuvelen wanneer deze niet (financieel) haalbaar blijken te zijn. Dat gebeurde al tussen de laatste commissievergadering en de raadsvergadering en tijdens de raadsvergadering zelf. Ondertussen wordt er wel veel geld uitgegeven aan de verdere uitwerking en nog meer onderzoeken, waarbij nauwelijks kwaliteitseisen aan het onderzoek gesteld worden. De bereidheid om te stoppen met het plan zal daardoor steeds verder afnemen, want hoe langer het traject duurt, hoe groter het verlies voor de gemeente. Dan wordt de kans dus ook groter dat de gemeente de voorwaarden die de raad stelt, uiteindelijk zelf moet gaan financieren. Maar één fractie die voorstemde, durfde van ontbindende voorwaarden te spreken. De enige verstandige keuze is daarom om er, voordat er geen weg meer terug is, zo snel mogelijk definitief vanaf te zien. 

10.
Vraag:        Het is toch goed dat er 150 miljoen geïnvesteerd wordt in de stad?
Antwoord:    Het gaat hier over meer dan investeren van geld. Het moet ook gaan over een rechtvaardige verdeling van de lusten en de lasten.

In de hele discussie over de HOM wordt door de voorstanders de nadruk gelegd op de positieve effecten. Eventuele negatieve gevolgen, worden wel gezien, maar worden als oplosbaar beoordeeld, en als dat niet zo is worden voorwaarden gesteld om die gevolgen te beperken. Niet voor niets zijn er 16 amendementen en 6 moties ingediend en aangenomen.
Er is geen zorgvuldige afweging gemaakt tussen de belangen van de mensen en ondernemers, die door het besluit geacht worden de nadelen van de komst van de HOM te accepteren en de belangen van de mensen en ondernemers die gaan profiteren van de komst van de HOM. De discussie wordt uitsluitend op een hoog abstractieniveau gevoerd. “Het is goed voor de economie, het levert banen en bruis op”. 
Het besluit had moeten gaan over de effecten op mensen en niet over de effecten op de statistieken. Welke mensen hebben baat bij dit plan en welke mensen zullen nadelen ondervinden? Zo is nu nog onbekend wie die investeerder van die 150 miljoen eigenlijk is. Daarbij moeten de gevestigde belangen zwaar wegen. Een gemeente mag niet zomaar iemands leefomgeving aantasten en het ondernemersklimaat voor een specifieke groep ondernemers verslechteren. Daar moet een degelijke analyse tegenover staan. Die analyse is er niet.